Verkiezingen: maar een klein beetje groen
12 november 2006Het is verkiezingstijd. En dat is - gelukkig - te merken. Allerlei belangengroepen mengen zich in het verkiezingsdebat. Als het gaat om groen, groenbeheer en groen in de stad, dan is dat hard nodig. Maar 0,2% van de landsbegroting gaan naar natuurbehoud, het aantal meters groen per persoon daalt en ‘we’ ergeren ons aan verrommeling van het landschap.

Nauwelijks groen in verkiezingstijd
Ik hoor in de verkiezingsdebatten nauwelijks iets over groen. Allerlei symposia gaan er wel over. En belangengroepen roepen om aandacht.
Alle sprekers op het symposium ‘Duurzaamheid en innovatie in ruimtelijke ordening’, beschreven in Cobouw, waren het er over eens: bij de ontwikkeling van een gebied moet meer respect worden getoond voor de natuur.
Wethouder Pamboer van de gemeente Utrechtste Heuvelrug merkt in zijn gemeente dat overheid en ontwikkelaars de inzet van kennis, tijd en geld slecht coördineren, waardoor er geen innovatief plan van aanpak ontstaat. Pamboer: “Iedereen is voor duurzaamheid, maar in de praktijk valt de uitwerking altijd tegen.” Herman Hazewinkel, CEO van VolkerWessels opperde het ‘Senseo-effect’: het leggen van verrassende verbindingen, waardoor nieuwe visies ontstaan. Hazewinkel: ,,In een vol land als het onze werkt de mono-disciplinaire aanpak niet meer. Je kan niet zomaar meer zeggen: ik zet daar een gebouw neer en that‘s it. Je moet samenhang creëren met de omgeving en met andere functies.’’
De milieueconoom Tom Bade gaf op hetzelfde syposium ‘Duurzaamheid en innovatie in ruimtelijke ordening’ aan dat het economisch zeer lucratief is de natuur meer ruimte te geven in bouwprojecten. “ Er is wetenschappelijk aangetoond dat mensen in een ziekenhuis dat in de natuur staat sneller beter worden, dat scholieren na een natuurwandeling beter presteren en dat in een groene omgeving minder criminaliteit voorkomt.” Waar wachten we nog op?
Recht op groen
De Raad voor het Landelijk gebied, heeft in haar rapport Recht op groen I, ook heel duidelijk stelling genomen. ,,De raad maakt zich zorgen om de groene kwaliteit van de openbare ruimte. Er is een tekort aan groene kwaliteit. In de verstedelijkende omgeving groeit de bebouwing sneller dan het nieuwe groen en de realisatie van groen buiten de stad stagneert ten opzichte van de taakstelling. De komende grote bouwopgaven en de terugtrekkende beweging van de rijksoverheid voor het onderdeel groen (Nota Ruimte) zullen deze scheefgroei verder versterken. ‘’ Dat is nogal wat! Lees de inleiding maar eens.
Voor een overheidsinstelling, gaat de Raad nogal ver, lijkt me. Maar het is alleen maar goed! Kijk naar het advies aan Minister Veerman van LNV. De Raad geeft als toelichting op heel heldere punten aan dat ‘’Groen goud waard is'’.
Maar de verdichting van het stedelijk gebied ten koste van groen zet door: het resterend bouwoppervlak is vrijwel geheel bestemd voor woningbouw, en is er nauwelijks ruimte voor groen. Voor groen binnen de stad is naar schatting 2888 ha nodig. In de prestatieafspraken tussen gemeenten en rijk (GSB3/ISV2) is aangegeven dat er van de beschikbare 7562 hectare bouwgrond volgens berekeningen van de raad 5145 hectare (68%) nodig is voor binnenstedelijke woningbouw en slechts 136 hectare (nog geen 2%) is gereserveerd voor groen in de stad. En van die 136 hectare aan groen gaat een groot gedeelte naar één stad; Zwolle, zegt het advies van de Raad. Poeh poeh.
Nu begrijp ik nog beter de roep vanuit het NVB, een branchevereniging van 200 grotere projectontwikkelende bouwondernemingen. ,,Een radicale koerswijziging is nodig om de Nederlandse stad gezond en leefbaar te houden. Nu is het bouwbeleid van de overheid gericht op zoveel mogelijk flats en mensen op een kluitje. Met alle gevolgen van dien als overvolle steden, parkeerdruk, geluidsoverlast, fijn stof en het verdwijnen van de laatste restjes stedelijk groen. Zo’n 48% van de stadskinderen speelt nu al niet meer buiten. Obesitas, vetzucht onder kinderen neemt onder stadskinderen schrikbarend toe. Nu al zien we dat mensen nieuwe bouwplannen steeds minder accepteren. Het is daarom belangrijk dat het nieuwe kabinet de compacte stad gedachte loslaat en zich volledig richt op de leefbare stad. Waar ruimte is voor groen, gezelligheid en stedelijke recreatie. In die nieuwe benadering moeten ‘ter financiering’ de randen van de stad, het centrum én het ommeland als aanvullend aan elkaar worden beschouwd'’, deze oproep deed Jo Goossens, de nieuwe voorzitter van NVB op 6 november 2006.
Hoewel uit verdachte hoek, sluit het naadloos aan bij het advies van de Raad.
Niet alleen ecologisch groen, dus meer geld
Ik hoop dat er naar wordt geluisterd. Ik hoop dat er - als het ervan zou komen … - genoeg geld is voor kwaliteitsaanleg en kwaliteitsbeheer, vooral in de stad. Met goed groen. Goed groenbeheer. Met OOK cultuurlijk groen. En ecologisch groen waar het past.
Op veel plekken in de stad kunnen we maar beter voor cultuurgroen kiezen. Dat kost meer. Maar wordt door de burger/gebruiker/leek meer gewaardeerd. De burger vraagt, wij draaien. Het is alleen zaak om uit te leggen dat dat wat meer geld kost. Daar kunnen we in de verkiezingstijd een klein beetje voor kiezen. Maar het is vooral nodig het op de agenda te blijven zetten. Landelijk. Maar vooral ook plaatselijk. Die wethouder zit er voor de burger die goed groen wil.
En oh ja: goed groen begint hier!
Wie kent deze meidoorn?
Zo. Na veel geouwehoer ook nog wat van dat kwaliteitsgroen laten zien: Een zeer gezonde Crataegus dsungarica. Tenminste: ik denk dat het ‘m is. Zou ook Crataegus douglasii kunnen zijn. Wie zegt het. (ik ga maar eens wat enten, komende winter…)
Zie het plaatje bovenaan het bericht, voor de mooie vruchten.

Op deze plek staat een beschrijving die aardig overeenkomt met de Fraxinus-struiken die aan de vijver van de Ridderlaan staan: Fraxinus trifoliata.

Bizar: wildplasser plast boom om…
Jaap Smit
Reageer hierop
Trackback dit bericht | Reacties op dit bericht via RSS Feed